De
tijd vliegt voorbij als je plezier maakt. Dit is een stelling die hier echt de
bovenhand neemt. Het is verschrikkelijk hoe snel het allemaal gaat. We hebben
al zoveel gezien en meegemaakt, maar we moeten ook nog zoveel doen. Ik heb soms
zelfs schrik dat we gewoonweg tijd te kort zullen komen. Binnen twee dagen zit
ik al in de helft van mijn avontuur.. Vanaf dan moet ik al beginnen aftellen
naar het terugkeren naar huis, daar mag ik nog even niet aan denken.
Dat
dit de eerste alinea is van het blogbericht over de voorbije week
versterkt alleen nog maar meer hoe plezant het hier is. Ik heb de voorbije week
namelijk twee dagen volledig plat gelegen door een buikgriep. Dat was weeral
een heel avontuur hier in Ecuador. Plezant zou hier wel degelijk een foute
woordkeuze zijn. Ik voelde me maandag al niet zo lekker in mijn vel. Ik had heel
weinig fut en ook op stage was ik niet echt in mijn nopjes. Ik moest me echt
door de dag heen slepen en mezelf aansporen om een patiënte te gaan begeleiden (iets wat ik anders zo
graag doe). Die nacht vielen alle puzzelstukjes in elkaar. Ik had geen oog
kunnen dichtdoen. Ik vertoefde die nacht langer op de badkamer dan in mijn bed.
De
dag erop was het hetzelfde liedje. Ik ging van de badkamer naar mijn bed en
terug naar de badkamer. Steeds was ik heel uitgeput als ik mijn bed weer
bereikte. Ik had 38.5 graden koorts. In een land waar het gemiddeld 32 graden
is is het dan ook onhoudbaar wanneer je koorts hebt. Om de twee uur moest ik
onder de koude douche gaan afkoelen. Het was verschrikkelijk. Martha was wel heel
lief voor me. Ze wilde me echt helpen, alleen deed ze dit op de “verkeerde”
manier. Ze bracht me steeds soep. Dat zou me goed doen. Ja, oké.. Soep met
rijst en wortelen en appelen en gemalen eieren zou me echt niet goed doen,
geloof me. Toen ze mijn kamer uitliep belandde deze soep dan ook onmiddellijk
in het toilet. Alleen de geur al maakte me nog misselijker. Misschien begrijp
je me beter met deze kanttekening: Martha maakt iedere dag twee keer soep voor
zichzelf. Soms drijven er kippenpoten in, meestal vieze groenten en wanneer ze
de soep niet opeet geeft ze deze aan haar drie honden. De geur van haar soep
ruikt ook wel eerder naar hondeneten dan naar lekkere soep.
Op
zo’n moment kan ik je verzekeren dat je liever thuis uitziekt. Jullie gaan me
vreemd vinden met wat ik nu zeg: ik droomde er echt van om in mijn eigen bedje te
liggen in België, terwijl het buiten sneeuwde. Ik wou dat papa me warm
citroensap met honing bracht of dat Lassad verse muntthee voor me maakte, in
plaats van dat ik wortel-appel-ei-rijst-soep moest eten van Martha. Ik wou dat
ons mamaatje een koud washandje bracht om me wat af te koelen et cetera.
De volgende
dag stond ik vroeg op om nog even een handwasje te doen. Mijn ondergoed raakte
weer op, dus het was nodig. Dit was wel even hard labeur, na zo’n zieke
midweek. Ik was dan ook heel blij toen het gedaan was en toen ik mijn vers
gewassen kleren in het zonnetje kon ophangen. Mijn geluk was wel van korte
duur, want onze Hollandse vriendin moest zo nodig mijn onderbroeken op de grond
laten vallen. Nee wat zeg ik.. ze moest ze ze nodig in het bakje van het hondeneten
laten vallen. En neen, het bakje was niet leeg. Het was gevuld met een van
Martha’s heerlijke soepjes.. bah bah bah. Gelukkig zorgde het wel voor
hilariteit en waste Martha uit
medelijden even snel mijn onderbroeken uit.
Na
twee dagen goed uitzieken was ik al weer bereid om naar het ziekenhuis te
trekken om wat bevallingen te doen. Donderdag was het niet zo’n vruchtbare dag
qua bevallingen. Toch maakte ik weer wat grappige taferelen mee. Zo riep er op
een bepaald moment een gynaecoloog me (om je te roepen doen ze het teken met
hun hand dat wij zouden gebruiken als er iemand moet weggaan, dit op zich
bracht me al even in de war). Ik ging naast hem op een krukje zitten om hem
goed te kunnen verstaan. En opeens zei hij, terwijl hij naar een vroedvrouw
wees: “ella es una heks”. Ik wist niet goed wat hij bedoelde en vroeg: “es
neerlandés?”. Hierdoor barstte hij in een schaterlach uit, waardoor ik
uiteraard het antwoord wel kende. Vervolgens wees hij naar zijn knie en zei hij
met een sappig Spaans accent: “knie”. Hierna wou ik hem aanleren dat
obstetricia in het Nederlands vroedvrouw was, maar dat ging zijn petje
duidelijk te boven. Er zijn dus toch wat mensen die onze taal willen leren in de Sotomayor.
De
dag nadien was het wat drukker op de dienst. Eerst en vooral had ik het heel
druk met vrouwen te laten plassen. Ik was precies op een of andere manier
gedoemd om 'Mie pipi' te zijn. ik had nog maar net de ene bedpan bij een vrouw
verwijderd of ik moest er al een andere onder een andere patiënt plaatsen. Om
de beurt staken ze hun hand omhoog om te mogen plassen. Na een tijdje hadden
mijn medestudenten ook door wat mijn jobke van de dag was geworden en trachtte
Sien om er een wedstrijd van te maken. We moesten om ter meest bedpannen onder
vrouwen schuiven, en ze moesten er gevuld terug onderuit komen. Na een eerlijke
strijd won ik dan ook met 11 bedpannen. Ik voelde dat ik er wel handiger in
geworden was op het einde van de dag en mocht mezelf dan ook ‘koningin van de
bedpan’ noemen, waarna ik volgens Sien de gouden bedpan zou winnen. Vervolgens mocht ik die dag ook nog twee bevallingen zelfstandig doen. Het waren mooie bevallingen.
Mijn bevallingsteller staat voor het moment op 37. Dit wil zeggen dat het einde
nu echt wel in zicht begint te komen en dat ik bijna mijn veertigste bevalling
zal mogen vieren, ik kijk er al naar uit! Ik was blij dat ik deze week met
deze twee hoogtepunten mocht afsluiten, en zo met een leuk gevoel aan het
weekend kon beginnen.
Tijdens het weekend besloten we om naar Isla Puna te gaan. dit is een eilandje onder Guayaquil. We namen hiervoor de bus naar een verderop gelegen dorpje om daar een bootje te nemen over de zee. Het was een klein motorbootje. Op weg naar het eiland zagen we jan-van-genten (je weet wel die vogels die lijken op meeuwen, met blauwe pootjes), pelikanen en dolfijnen. Het was adembenemend. Het was de eerste keer dat ik wilde dolfijnen heb gezien.Ik zat op de pacifische oceaan, er scheen het zonnetje op mijn bolletje, er heerste een fris briesje,… Ik kan gewoon niet benoemen wat een gevoel dat ritje me gaf. Maar het was geweldig. Ferre, ik begrijp nu wel al wat beter wat jij steeds op zee gaat zoeken.
Aangekomen
op het eiland werden we opgewacht door een zestienjarig meisje dat ons naar
onze slaapplaats bracht. Op weg erheen kwamen we veel dieren tegen. Kippen,
kuikens, geiten, ezels, varkens, koeien. Ik waande me even op een
kinderboerderij. Onze slaapplaats was een houten hutje. Echt wel old school, maar
mega vet! Gelukkig waren er muskietennetten aanwezig, want de muggen lusten ons
westers bloed nog steeds even graag. Hierna begaven we ons naar het strand. Het
was er zalig. Het meisje had samen met haar mama vier hangmatten omhoog
gehangen. Tijd om te genieten dus. Ik voelde me net als in het liedje van
kinderen voor kinderen: op een onbewoond eiland is het alle dagen feest. Drink
met je billen bloot, melk uit een kokosnoot. Op een onbewoond eiland zijn alle
dagen fijn, ja ik zou er willen zijn. Dat liedje bleef dan ook heel de dag in
mijn hoofd ronddwalen.
’s Avonds mochten we gaan eten bij de mama van
het meisje. Uiteraard rijst, maar deze keer met heerlijk gebakken vis en
banaan. Het was echt heel lekker. Nadien werden we door de hele commune (zo
noemden ze zichzelf) uitgenodigd om naar een verjaardagsfeestje te gaan van een
92 jarige vrouw. We kregen al snel een pintje voorgeschoteld en af en toe
kwamen er vrouwen langs met zoete snoepjes. Toen de kaarsjes werden uitgeblazen
werd dit oude vrouwtje met haar neus in de taart geduwd. Dit is blijkbaar een
traditie hier. Apart, maar wel grappig. We hebben een stukje van deze taart na
dit gebeuren toch wel wijselijk afgewezen. Toen we later op de avond terug naar
ons hutje trokken was het een beetje gokken waar we moesten stappen, want de
loslopende dieren hadden uiteraard overal op het eiland hun hoopje uitwerpselen
achtergelaten.
’s
Nachts werd ik af en toe gewekt door een balkende ezel, door een loeiende koe
of door een kakelende kip. Maar ik kan alleen maar zeggen dat dit mijn
vakantiegevoel nog completer maakte. Het was geweldig om dit eens mee te maken.
De
dag erop mochten we op het strand gaan ontbijten. Een bordje vol gebakken
bananen en een eitje stonden er op het menu. Het was heerlijk. Hierna reden we
in de laadbak van een pick-up (dit was trouwens een van de dingen op onze
to-do-list hier in Ecuador) naar een andere commune op het eiland. Zalig dat
frisse zeebriesje en het prachtige uitzicht. We zagen onderweg varkens in de
zee, allemaal dingen gewoon omdat het kan.
We
wandelden langs de zee en zochten wat leuke steentjes en schelpjes, echt
zomergevoel. Langzaamaan had ik precies de noodzaak om me aan te passen aan de
eilandbewoners en werd ik even rood als de honderden knalrode krabbetjes op het
strand. Een uurtje later kwam de pick-up ons weer halen. We genoten nog enkele
uurtjes in de hangmat en zwommen nog wat in zee.
’s
Middags kregen we een lekkere maaltijd met rijst en vis. Hierna kwam de man met
de boot ons ophalen om terug naar het vaste land te varen. Het weekend zat er
weer al op. Het vliegt oh zo snel voorbij.
Dit
was bij uitstek het meest relaxe weekend van mijn Ecuador-avontuur tot nu toe.
En het kon niet beter ingepland zijn, na mijn zieke week. Het was weer een
ervaring om nooit meer te vergeten! Dit heeft me weer helemaal opgeladen om
morgen terug aan de werkweek te beginnen.
Ps:
het doet me trouwens echt deugd om soms eens iets van jullie te horen!
Tot
snel!!!
Xx
Ems!
















Geen opmerkingen:
Een reactie posten